Deze website gebruikt cookies om u de best mogelijke gebruikservaring te bieden. Als u deze website verder blijft gebruiken, gaat u akkoord met ons cookiebeleid Meer informatie. Meer informatie.
  • A
  • B
  • C
  • D
  • E
  • F
  • G
  • H
  • I
  • K
  • L
  • M
  • N
  • O
  • P
  • Q
  • R
  • S
  • T
  • U
  • V
  • W
  • Z
AANPASSING
Normaal gesproken een officieel ingrijpen in ofwel het veranderen van het interne economische beleid om een verschil op de betalingsbalans te bewerkstelligen of de officiële wisselkoers te corrigeren.
APPRECIATIE
De groei in waarde van een financieel instrument.
ARBITRAGE
De aan- of verkoop van een instrument waarbij tegelijkertijd een gelijkwaardige tegengestelde positie ingenomen wordt op een gerelateerde markt om zo een voordeel te behalen uit het prijsverschil waarvoor het instrument op de afzonderlijke markten verhandeld wordt.
AANBIEDING
De prijs, of koers, waarvoor een verkoper bereid is te verkopen. Tevens is het de beste prijs die voor een handelaar beschikbaar is om te kopen.
ACTIVA
Ofwel een positieve balans of in de context van de valutahandel het recht om een specifieke valuta te ontvangen van een wederpartij (broker) voortkomend uit een openstaande forward of spot overeenkomst.
AUSSIE
Een door handelaren gebruikte bijnaam van de Australische dollar.
BETALINGSBALANS
Een systematisch overzicht van de economische transacties van een land over een bepaalde periode.
BANDBREEDTE
De bandbreedte van een valuta is het bereik waarin de prijs van deze valuta mag bewegen in verhouding met een andere valuta volgens de restricties die opgelegd zijn door de lokale overheid.
BASISVALUTA
Binnen de valutahandel is de basisvaluta de eerstgenoemde valuta in een valutapaar. Bijvoorbeeld: bij het paar EUR/USD is de euro dat basisvaluta.
BEAR MARKET
Wanneer een laagconjunctuur in de markt zichtbaar is, wordt dat in het Engels een 'bear market' genoemd. Dit komt voor op het moment dat de economie zich richting een recessie beweegt, de werkloosheid hoog is en de inflatie oploopt.
BEREIK
De afstand tussen de hoogste en laagste prijs voor een bepaalde periode. Het bereik op een dag is de hoogste koers van die dag min de laagste koers van diezelfde dag.
BIEDPRIJS
De gequoteerde prijs waarvoor een koper een valutapaar kan verkopen. De prijs die de wederpartij biedt om te de valuta van u te kopen.
BIED/LAAT SPREAD
Het verschil in pips tussen de biedprijs (verkoop) en de laatprijs (koop).
BOLLINGER BANDEN
Een technische indicator die gebruikers de mogelijkheid geeft om de volatiliteit en relatieve prijsniveaus over een vastgestelde tijdsperiode te laten beoordelen. Deze indicator bestaat uit drie banden die het grootste deel van de prijsbewegingen van het instrument omvatten. Prijzen zullen vaak weerstand vinden bij de bovenste band en steun bij de onderste.
BULL MARKET
Een hoogconjunctuur in een markt wordt in het Engels met 'Bull market' aangeduid. Stijgende markten ontstaan gewoonlijk wanneer de economie sterk is, de werkloosheid laag en de inflatie onder controle is. De emotionele en psychologische staat van investeerders bepaalt de markt daarnaast ook.
BRUTO BINNENLANDS PRODUCT
De totale waarde van de productie van een land, inkomens of uitgaven geproduceerd binnen de fysieke landsgrenzen.
BRUTO NATIONAAL PRODUCT
Dit is het bruto binnenlands product plus inkomens en investeringsopbrengsten verdiend in het buitenland.
CONTANT
Contant, of tegen dagwaarde, refereert normaal gesproken aan de beurstransactie die afgesloten wordt voor levering op dezelfde dag. Deze term wordt vooral gebruikt op de Noord-Amerikaanse markten.
CENTRALE BANK
De belangrijkste regelgevende bank in een land. Traditioneel gezien is het de voornaamste verantwoordelijkheid van een centrale bank om een sluitend monetair beleid te ontwikkelen en te handhaven.
CONTRACT
Een overeenkomst om een gespecificeerd bedrag van een bepaalde valuta te kopen of te verkopen of een optie dit te doen voor een bepaalde tijd in de toekomst (zie Futures contract).
CONVERSIE
Het proces waarbij een activa of schuld uitgedrukt in de ene valuta gewisseld wordt voor een activa of schuld uitgedrukt in een andere valuta.
CONVERTEERBARE VALUTA
Een valuta die vrij te wisselen is voor andere valuta of goud, zonder speciale toestemming van de betrokken centrale bank.
CROSS RATE
Een wisselkoers tussen twee valuta, normaal opgebouwd vanuit de individuele wisselkoersen van de twee valuta, gemeten tegenover de USD.
DAGGELDTARIEF
De interbancaire dagrente.
DAGHANDELAAR
Een speculeerder die posities inneemt op financiële markten en die liquideert voordat de beurs op die dag sluit.
DAGHANDEL
Verwijst naar het openen en sluiten van posities op dezelfde handelsdag.
DEPRECIATIE
Een daling in waarde van een valuta of financieel instrument
DOORROLLEN
Als de vereffening van een overeenkomst doorgerold wordt naar een andere valutadatum op basis van het renteverschil van de twee valuta (Eng.: rollover). Deze swap wordt ook de Tomorrow Next genoemd, kortweg Tom-Next of T/N.
DOJI
Een patroon op de kaarsgrafiek met een lichaam dat zo klein is dat de openings- en sluitingsprijs gelijk zijn. Een Doji ontstaat op het moment dat de prijs aan het begin en eind van de dag hetzelfde of bijna hetzelfde zijn.
DUNNE MARKT
Een markt waarop het handelsvolume laag is en waar vervolgens de bied- en laatprijzen ver uit elkaar liggen en de liquiditeit van het verhandelde instrument laag is.
EUR
De enige Europese valuta die euro genoemd wordt, die officieel de nationale valuta van de lidstaten van de EU vervangen heeft.
FEDERAL RESERVE (FED)
De Centrale Bank van de Verenigde Staten.
FOMC
Het Federal Open Market Committee is het committee dat de geldvoorzieningsdoelen in de VS bepaalt en dat normaal gesproken uitgevoerd wordt door middel van rentestanden van de FED etc.
FOREX
Een veelgebruikte afkorting van de Engelse term Foreign Exchange, de valutahandel.
FUNDAMENTELE ANALYSE
Gedegen analyse van economische en politieke gegevens om de toekomstige bewegingen van financiële markten te kunnen bepalen.
FUNDAMENTELE GEGEVENS
Macro-economische factoren die gezien worden als de basis voor de relatieve waarde van een valuta. Hieronder vallen de inflatie, economische groei, handelsbalans, overheidstekort en rentestanden.
FX
De tweeletterige afkorting van de Engelse term Foreign Exchange, de valutahandel.
GEKOPPELDE VALUTA
Een systeem waarbij een valuta gelijk loopt aan een andere valuta. Sommige gekoppelde valuta zijn vast, andere hebben een bandbreedte waarin zij kunnen bewegen.
GOUDEN STANDAARD
Het oorspronkelijke systeem voor het onderbouwen van de waarde van een valuta. In de tijd dat de gouden standaard aangehouden werd, was de prijs van goud direct gerelateerd aan de valuta, waardoor een toename van het aanbod van goud niet de goudprijs liet dalen, maar alle andere prijzen liet stijgen.
HARDE VALUTA
Alle veel gehandelde valuta die betrouwbaar zijn en gemakkelijk gewisseld kunnen worden in andere valuta.
HANDELSDATUM
De datum waarop een transactie plaatsvindt.
HEDGEN
Hedgen is het beschermen van een investering door een andere investeren te doen. Bijvoorbeeld short gaan om en eerdere aankoop op te heffen of het long gaan om een eerdere shortpositie te vereffenen. Hoewel hedges potentiële verliezen kunnen verminderen, verkleinen ze normaal gesproken ook potentiële winsten.
HEFBOOM
Het gebruik van een marge om te handelen met een groter kapitaal. De hefboom is een tweesnijdend zwaard, het kan zowel uw winsten als verliezen significant vergroten.
INFLATIE
(CPI, consumentenprijsindex) Doorgaande stijging in het algemene prijsniveau in samenhang met een gerelateerde daling in koopkracht. Soms wordt de term gebruikt voor een te grote beweging in dergelijke prijsniveaus.
INITIËLE MARGE
De vereiste storting als onderpand om een positie aan te gaan, dit is een garantie voor toekomstige negatieve prestaties.
KAARSGRAFIEK
Een oorspronkelijk Japanse grafiekstijl die enorm populair is geworden in het westen. Een dunne lijn, het lont, toont het prijsbereik van de dag. Een dikker lichaam, de kaars, toont het verschil tussen openings- en sluitingsprijs. Als de sluitingsprijs boven de openingsprijs ligt is de kaars groen of blauw, maar als de sluitingsprijs lager ligt, dan is de kaars rood.
KOERS
De prijs van een valuta uitgedrukt in een andere.
KORF
Een aantal valuta die normaal gebruikt worden om de wisselkoers van een valuta te managen. Normaliter wordt iedere valuta in de korf gewogen om de wisselkoers te bepalen.
KORT
Kort, of short, gaan is het verkopen van een instrument zonder het daadwerkelijk in bezit te hebben. Hierbij houdt u een shortpositie aan met de verwachting dat de prijs zal dalen en u het in de toekomst met winst terug kunt kopen.
KIWI
De bijnaam die handelaren gebruiken voor de Nieuw-Zeelandse dollar.
KOOPSIGNAAL
Een situatie die aangeeft dat het een goed moment is om een instrument te kopen. De exacte omstandigheden van het signaal worden bepaald door de indicator die de analist gebruikt.
LAATPRIJS
De gequoteerde prijs waarvoor een koper een valutapaar kan kopen. Letterlijk is het de prijs waarvoor een ander u laat kopen. Dit staat ook bekend als 'vraagprijs' of 'verkoopprijs'.
LEVERINGSDATUM
De datum waarop een contract afloopt en de uitwisseling van de valuta plaatsvindt. Deze datum staat beter bekend als de waardedatum op de valuta- of geldmarkt.
LEIDENDE INDICATOREN
Een statistiek die beschouwd wordt als voorloper op veranderingen in economische groeicijfers en totale handelsactiviteit, zoals industriële bestellingen.
LIMIETORDER
Een order om een vreemde valuta te kopen of verkopen voor een andere valuta tegen een specifieke prijs. In tegenstelling tot een marktorder zouden limietorders niet direct gevuld kunnen worden als de markt weg beweegt van de gespecificeerde prijs.
LIJNGRAFIEK
Dit is een prijsgrafiek die periodieke sluitingscijfers van een bepaalde markt over een bepaalde tijd weergeeft in de vorm van een gebogen lijn op de grafiek. Dit type grafiek is vooral nuttig bij vergelijkingen met andere grafieken en overlappende data, zoals veelal gebruikt wordt bij intergerelateerde analyse.
LIQUIDITEIT
De liquiditeit van een markt of financieel instrument beschrijft hoeveel en hoe vaak er in het financiële instrument wordt gehandeld (hoe vaak het gekocht of verkocht wordt). Een hoge liquiditeit houdt in dat er veel kopers en verkopers van een bepaald instrument op de markt actief zijn, maar als de liquiditeit laag is geeft dat aan dat er niet veel kopers/verkopers geïnteresseerd zijn in het specifieke handelsinstrument.
LONG
Long of lang gaan is het openen van een marktpositie waarbij de klant een valuta koopt die hij voorheen niet in bezit had. Normaal gesproken wordt dit uitgedrukt in de basisvaluta.
LOONEY
Dit is de bijnaam die handelaars gebruiken voor de Canadese dollar.
LOT
De standaardeenheid van een transactie. Normaal is een Standaard lot gelijk aan 100.000 eenheden van de basisvaluta. 10.000 eenheden worden een Mini lot genoemd en 1000 eenheden heten een Micro lot.
MARGE
Het geldbedrag of onderpand dat in de eerste plaats aangeboden moet worden en daarna in stand gehouden dient te worden om verliezen op openstaande contracten te voorkomen. De initiële marge moet verplicht voldaan worden voordat een contract geopend kan worden.
MARGEOPROEP
Een handelaar ontvangt een margeoproep van een broker wanneer de middelen op zijn handelsrekening, waarmee hij op marge handelt, onder het vereiste niveau vallen om de mogelijke verliezen te dekken.
MARKTORDER
Een order om een waardemiddel voor de huidige marktprijs te kopen of verkopen.
OFF QUOTE FOUTMELDING
Dit kan voorkomen dat vanwege het feit dat er geen liquiditeit op de markt is. Het is ook mogelijk dat er een technische fout op is getreden die door de broker onderzocht dient te worden.
OPEN POSITIE
Iedere overeenkomst die nog niet vereffend is door een fysieke betaling of ongedaan gemaakt is door een tegengestelde overeenkomst voor dezelfde waardedatum.
ONDERHANDS
Een transactie die niet via de beurs loopt wordt onderhands genoemd. In het Engels heet dat over the counter, afgekort OTC.
OVERNIGHT
De Engelse term voor een contract dat aangehouden wordt tot de volgende handelsdag.
PIP
Deze term wordt op de valutamarkt gebruikt om de kleinst mogelijke waardeverandering van een wisselkoers aan te duiden. Afhankelijk van de context is dit normaal gesproken een basispunt (0,0001 in het geval van EUR/USD, GBP/USD, USD/CHF en 0,01 in het geval van USD/JPY).
PRIJSVALUTA
De tweede valuta in een valutapaar wordt de prijsvaluta genoemd. Neem bijvoorbeeld het paar USD/CHF, daar is de Zwitserse Frank de prijsvaluta.
POSITIE
De netto verplichtingen in een bepaalde valuta. Een positie kan zowel 'glad' zijn (geen openstaand saldo), long (meer van een valuta gekocht dan verkocht) of short (meer van een valuta verkocht dan gekocht).
RENTEVOET VAN DE CENTRALE BANK
Het rentepercentage waarvoor de centrale bank bereid is geld aan het nationale bankenstelsel te lenen.
RENTEVOET VAN DE FED
Het rentepercentage waarvoor geregistreerde banken geld kunnen lenen bij de FED. Dit is tegelijkertijd een indicatie van de visie die de FED heeft op de geldvoorziening.
RALLY
Een herstel in prijs na een periode waarin deze daalde.
RISICOKAPITAAL
De hoeveelheid geld die een persoon zich kan veroorloven te investeren, waarbij, indien hij dit verliest, het niet zijn levensstijl beïnvloed.
RISICOMANAGEMENT
De vaststelling van mogelijke risico's die kunnen leiden tot verliezen en de beperking van deze risico's, meestal volgens een bepaald schema.
SLIPPAGE
Verwijst naar de positieve/negatieve (toenemende/afnemende) pip waarde tussen het punt waar de take profit/stop loss order is ingesteld om een marktorder te worden en de prijs waarvoor die marktorder kan worden uitgevoerd.
SPILKOERS
Wisselkoersen van de ECU die vastgesteld voor iedere valuta binnen het EMS. Valuta hebben beperkte bewegingsvrijheid rond de spilkoers die bepaald wordt door de bandbreedte die van toepassing is.
SPREAD
Het verschil tussen de bied- en laatprijs.
SPIKE
Een plotselinge stijgende of dalende prijsbeweging die in zeer korte tijd optreedt.
STOPORDER
Een instructie voor de broker om een valutapaar te kopen of te verkopen als deze voorbij een gespecificeerde prijs gehandeld wordt. Een kooporder is tegen een hogere prijs dan de huidige marktprijs, een verkooporder is voor een koers die lager ligt dan de huidige marktprijs. Deze orders zorgen voor de bescherming van de winsten van de handelaar en de beperking van zijn verliezen.
STERLING
Britse pond, deze staat ook bekend als Cable.
STEUN
Een prijsniveau waarbij er de verwachting is dat er gekocht zal gaan worden. Een doorbraak van een steunniveau leidt vaak tot lagere prijzen. Zie ook 'weerstand'.
SWAP
Swap is het verschil in de rentepercentages van de Centrale Banken voor iedere valuta, plus de commissie van de broker wanneer posities overnacht worden aangehouden. De swap kan, afhankelijk van de rentestanden, zowel positief als negatief zijn en wordt dan ook rollover genoemd. Een swap is afhankelijk van het instrument; zowel bij long als bij short posities zou het kunnen dat u de swap ontvangt of moet betalen.
SWISSY
De door handelaren gebruikte bijnaam voor de Zwitserse Frank.
TECHNISCHE ANALYSE
Een poging om de toekomstige activiteiten van de markt te voorspellen door marktgegevens, zoals grafieken, prijsontwikkelingen en volumes te analyseren.
TICK
Een minimale verandering in de prijs, zowel naar boven als beneden.
TRAILING STOP
Een stop loss niveau die boven of onder de huidige prijs ingesteld wordt en aangepast wordt als de prijs fluctueert.
TRANSACTIE
Het kopen of verkopen van valuta door de executie van een order.
TRANSACTIEDATUM
De datum waarop een transactie plaatsvindt.
TREND
Verwijst naar de richting waarin prijzen zich ontwikkelen. Stijgende pieken en dalen vormen een stijgende trend, maar steeds lager liggende pieken en dalen vormen een dalende trend. Een handelsbereik wordt gekenmerkt door een patroon waarin zowel pieken als dalen horizontaal naast elkaar liggen. Trends worden meestal ingedeeld in: Hoofdtrend of primaire trend (langer dan een jaar), secundaire trend (een tot zes maanden) en kleine tertiaire trends (minder dan een maand).
TRENDLIJN
Rechte lijnen die op de grafiek getekend worden langs de dalen (bij een stijgende trend) en langs de pieken (bij een dalende trend) om de steilheid van de huidige trend te bepalen. Het breken van een trendlijn is meestal een signaal van een trendomslag.
UPTICK
Een transactie die voor een hogere prijs dan de vorige transactie wordt uitgevoerd.
VALUTAHANDEL
De koop of verkoop van een valuta tegen de verkoop of koop van een andere valuta. Online valutahandel gaat door middel van valutatransactie buiten de beurzen.
VALUTASWAP
Transactie die om de daadwerkelijke uitwisseling van twee valuta gaat (puur hoofdsom) op een specifieke datum en tegen een koers die is afgesproken bij de sluiting van het contract (dit wordt 'short leg' genoemd) of op een latere datum tegen een bepaalde koers die afgesproken wordt bij de sluiting van het contract (zogenaamd 'long leg'). In werkelijkheid is het een combinatie van een spotdeal die direct uitgevoerd wordt en een tegengestelde forward overeenkomst die later uitgevoerd zal worden.
VALUTAPAAR
De twee valuta die samen een wisselkoers vormen. Een voorbeeld van een valutapaar is EUR/USD.
VERVALDATUM
Dit is de laatste dag waarop een optie uitgeoefend kan worden.
VEILIGHEIDSSTORTING
Het bedrag dat nodig is om een positie te openen of te behouden. Anders bekend als marge.
VOLATILITEIT
Een statistische maatstaf voor een markt of de prijsbewegingen van een effect over tijd die berekend wordt door gebruik te maken van de standaarddeviatie. Een hoge volatiliteit wordt geassocieerd met een hoog risico.
WEERSTAND
Een prijsniveau waarop men kan verwachten dat er verkopen plaats zullen vinden.
WERKDAG
Een dag waarop de banken in het belangrijkste financiële centrum van een valuta open zijn. Voor valutatransacties is een werkdag een dag waarop dit voor beide valuta geldt, of bij een cross rate als alle van toepassing zijnde financiële centra geopend zijn.
ZACHTE MARKT
Meer potentiële kopers dan verkopers, waardoor er een situatie ontstaat waarin de prijs naar alle waarschijnlijkheid snel zal gaan dalen.